Het Dispuut

Mocht u ooit het voorrecht hebben gehad uzelf student te mogen noemen, dan weet u dat studeren meer behelst dan het vergaren van kennis binnen de grenzen van een vakgebied. De universiteit vormt de student tot vakman; het studentenleven vormt hem tot mens. Juist buiten de collegezaal, in ontmoeting, gesprek, tegenspraak en debat, ontstaat de zelfstandigheid die een student werkelijk onderscheidt.

Rhetoricadispuut Tau is gestoeld op de overtuiging dat een goede student zijn studie afrondt als een zelfstandig, kritisch, zelfverzekerd en breed ontwikkeld individu. Niet slechts onderlegd in de technische of wetenschappelijke materie van zijn opleiding, maar ook in staat om de wereld om hem heen te beschouwen, te bevragen en van repliek te dienen. Die vorming laat zich niet uitsluitend uit boeken leren. Zij ontstaat in de omgang met medestudenten, in het toetsen van opvattingen, in het verdedigen van standpunten en in het erkennen van ongelijk wanneer de rede daartoe dwingt.

Waar gewone discussie dikwijls verzandt in het luidruchtig uitwisselen van meningen, verheft Rhetoricadispuut Tau het gesprek tot een kunst. Binnen het dispuut leren studenten hun gedachten niet alleen te formuleren, maar deze ook scherp, doordacht en overtuigend over het voetlicht te brengen. Argumenten worden gewogen, standpunten worden aangevallen en verdedigd, en iedere spreker wordt uitgedaagd om zijn woorden met precisie en overtuigingskracht te kiezen.

Daarbij staat het beleidsdebat centraal. Het is de arena waarin retorica, inhoud en strategie samenkomen. Een goed redenaar weet immers niet alleen wat hij vindt, maar ook waarom hij dat vindt, hoe hij dat onderbouwt en op welke wijze hij een ander daarvan kan overtuigen. Binnen Tau wordt de student gevormd tot iemand die met gezag spreekt, met scherpte redeneert en met stijl debatteert. De klassieke overtuigingsmiddelen van ethos, pathos en logos zijn daarin geen loze begrippen, maar wezenlijke instrumenten van de redenaar.

Om deze denkbeelden gestalte te geven, namen in het jaar negentienhonderdzesennegentig zes heren het initiatief tot de oprichting van een onafhankelijk werktuigbouwkundig dispuut: Rhetoricadispuut Aristoteles. Het doel van dit dispuut was het bevorderen en uitbreiden van de verbale en fysieke weerbaarheid, de algemene ontwikkeling en het historisch besef van haar leden. Tevens werd ernaar gestreefd de leden bewust te maken van het gedachtegoed van de historische wetenschapper en filosoof Aristoteles, wiens inzichten in logica, retorica en overtuigingskracht nog altijd hun waarde behouden.

Na drie succesvolle jaren, waarin het dispuut was gegroeid van zes naar tien leden, werd besloten het dispuut uit te breiden met een nieuwe lichting. Deze groep van zes heren nam de leiding over het dispuut, nam de statuten en doelstellingen over en veranderde de naam in Rhetoricadispuut Tau.

De Tau, de negentiende letter van het Griekse alfabet, wordt in de wetenschap veelvuldig gebruikt om constanten aan te duiden. Een van de bekendste daarvan is de tijdsconstante: een begrip dat verwijst naar continuïteit, bestendigheid en voortgang. Precies die waarden symboliseren Rhetoricadispuut Tau. Het dispuut staat in een traditie die niet stilstaat, maar zich generatie na generatie voortzet.

Daarnaast verwijzen de afzonderlijke letters van het woord Tau naar een bepalende gebeurtenis in de historie van het dispuut:

Toen Aristoteles Uitbreidde.

De oprichters van Rhetoricadispuut Aristoteles:

Jos Schmitz, Bas van Dorp, Armand Klignet, Bart Lemmen, Erik Nagtegaal en Bas Abspoel

Vox Aristoteles!